BASISOPLEIDING, 1E LEERJAAR

No-Mind

Het is moeilijk om het concept ‘no mind’ in een verslag weer te geven. Om gevoelens die in zwijgend aanraken ontstaan, overgedragen en gespiegeld worden, te vangen in woorden en zinnen. Taal is lineair; het trekt een draad door iets wat zich eigenlijk in alle richtingen tegelijk beweegt. En toch is schrijven wat er van me gevraagd wordt. Dus schrijf ik.

Tijdens de oefening word ik gevraagd te werken met technieken die ik nog niet kan begrijpen, omdat ik de basis waarop zij rusten nog niet kan voelen. Dat is een merkwaardige positie: handelen zonder fundament, bewegen zonder houvast. Het verstand zoekt naar structuur, naar oorzaak en gevolg, naar een kader dat het geheel begrijpelijk maakt. Maar ‘no mind’ is precies het loslaten van dat zoeken. Het is het toestaan dat er iets gebeurt zonder het te willen sturen of verklaren.

Wat ik wel kan waarnemen, is wat er in mijn lichaam gebeurt. Een lichte spanning bij aanraking, een aarzeling voordat ik volledig aanwezig ben, en dan – soms – een moment van oplossen. Een moment waarop het denken het even aflegt en er iets anders overblijft. Iets dat moeilijk te benoemen is zonder het meteen te klein te maken. Aanwezigheid, misschien. Of ontvankelijkheid. Het voelt als een deuropening waar ik nog maar net in pas.

Het woord dat bij me opkomt, is vertrouwen. Niet als vanzelfsprekend gegeven, maar als iets wat ik actief moet kiezen, elke keer opnieuw. Vertrouwen op mijn gevoel – ook wanneer dat gevoel zacht en onzeker is. Vertrouwen in de mensen die me voorgingen en die dezelfde drempel kennen die ik nu sta. Vertrouwen in degenen die me onderwijzen en ondersteunen, in de zorgvuldigheid waarmee dit proces is opgebouwd.

Maar ook – en dat is misschien het meest onwennige – vertrouwen in het proces zelf. In de logica van een weg die ik nog niet kan overzien. Ik ben gewend om te leren door te begrijpen: eerst de theorie, dan de toepassing. Hier is dat omgekeerd. Het begrijpen volgt, pas later, als het lijf al verder is gegaan. Dat vraagt iets van me wat ik niet kan forceren: overgave aan het niet-weten.

Dit verslag is zelf ook een oefening in vertrouwen. Vertrouwen dat woorden genoeg kunnen zijn om iets door te geven van wat er was, ook al schieten ze altijd tekort. Misschien is dat precies het punt: niet de perfecte beschrijving, maar de bereidheid om te proberen. En in dat proberen – in het schrijven van iets wat per definitie onvolledig blijft – zit dezelfde beweging als in de oefening zelf.


Ontdek meer van Rutger Cranio

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.